Sommige slachtoffers ontkennen het geweld, zelfs indien er duidelijke aanwijzingen zijn. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn... Zo kan het slachtoffer bv. bang zijn van de pleger, de zorgverlener onvoldoende vertrouwen, …
Het is dan belangrijk dat de zorgverlener:
Wanneer iemand aangeeft dat hij/zij het slachtoffer of de pleger is/was van geweld, is het van cruciaal belang dat men tijd maakt om te luisteren, geloof hecht aan het verhaal en de situatie probeert te begrijpen. Het is niet de taak van de hulpverlener om te oordelen of het verhaal al dan niet precies klopt.
Daarnaast moet er erkenning zijn voor de moed die het vraagt om het verhaal te vertellen. Vervolgens kan men duidelijk maken dat de patiënt zeker niet de enige is die zich in dergelijke geweldsituatie bevindt. Men moet aangeven dat geweld hoe dan ook onaanvaardbaar is zonder de pleger zelf te veroordelen.
Vooraleer je verdere stappen onderneemt, is het noodzakelijk om te achterhalen wat de hulpvraag precies inhoudt. Het is immers een misverstand te denken dat partners die in een gewelddadige relatie samenleven, de relatie altijd willen stopzetten. Vaak wil men gewoon weten:
Het is niet de taak van de zorg- of hulpverlener om het geweld en alle problemen hieromtrent op te lossen, de verantwoordelijkheid hiervan ligt bij de (volwassen) patiënt. In geval het gaat om een minderjarige of wilsonbekwame persoon, ligt de situatie anders en dienen zorgverleners beschermende maatregelen te nemen. Ook in het geval er reeds kinderen in het gezin aanwezig zijn, is het belangrijk om hun veiligheid en de risico's in te schatten en op basis daarvan gepaste maatregelen te nemen (zie hieronder).
Tenslotte enkele tips bij het vermoeden en/of onthullen van geweld:
Indien je op zoek bent naar meer info i.v.m. richtlijnen rond het omgaan met geweld in de praktijk, vind je hier een kort overzicht m.b.t. protocollen en praktijkaanbevelingen.
Een goede manier om het risico en/of de veiligheid van de situatie globaal in te schatten, is te vragen of het slachtoffer bang is van de dader.
Bijvoorbeeld: “Is het veilig om naar huis te gaan?”
“Ben je bang van je partner?”
Deze vragen geven een eerste aanwijzing van het risico dat de patiënt mogelijk loopt.
Het is gekend dat de risico’s beduidend groter zijn op het moment dat het slachtoffer van plan is om de partner te verlaten of net vertrokken is. Het gebruik van alcohol, drugs en wapens zijn eveneens belangrijke risicofactoren. Wanneer een slachtoffer aangeeft zich niet veilig te voelen om terug naar huis te gaan, dat het geweld in ernst en/of frequentie is toegenomen of dat het risico om gewond of vermoord te worden reëel is, dienen er onmiddellijk maatregelen genomen te worden (bv. een doorverwijzing naar crisisopvang). Indien de risico’s niet erg groot lijken, kan er verwezen worden naar ambulante dienstverlening.
Een meer gedetailleerde risicobepaling en het maken van een veiligheidsplan kunnen de volgende stappen zijn. Een veiligheidsplan kan een hulpmiddel zijn om patiënten adequater en gerichter door te verwijzen.
Hieronder vind je enkele voorbeelden van risicotaxatie-instrumenten en veiligheidsplannen: